Kringen

May 23, 2007

In de gemeente gaan we vanaf volgend (kerkelijk) seizoen van start met een nieuwe opzet, volgens het beleidsstuk “Een gemeente van kringen”. Dat is natuurlijk een hele positieve ontwikkeling en groep 1, waar ik vanaf volgend seizoen kringleider van zal zijn, wil hier ook graag aan mee gaan werken.

De concrete veranderingen zijn voor mij nog niet helemaal duidelijk, maar wel helder is dat er een paar aspecten aan de huidige opzet worden toegevoegd. Zo moet ook pastorale zorg een structurele plaats krijgen. Hoe we het gaan invullen, dat zullen we met de gemeente en de kring zelf natuurlijk gaan bepalen. Maar dat is wel de ontwikkeling die voor volgend seizoen gaat spelen.

Zijn de andere kringen ook van plan om in de nieuwe opzet verder te gaan?

Zijn er nog leden die niet kiezen voor de interessekring van 20-30, maar gaan overstappen naar een andere interesse of wijkkring?

groet,
Christiaan

C.S. Lewis – studie 01

October 4, 2006

Dames en heren,

Bij deze de studies van het nieuwe kerkelijk seizoen 2006-2007. We zullen iedere keer de studies verspreiden via de kringleiders en daarnaast zullen ze ook hier op de site bij worden geplaatst. Op die manier kan iedereen het materiaal nog vinden, ook wanneer hij/zij het is kwijtgeraakt.

Veel plezier met de eerste studies!

groet,
Christiaan

Klik hieronder om te downloaden.
Studie 1 – op koers blijven
Studie 2 – Hoogmoed komt voor de val
studie 3 – de volmaakt bekeerling

links 09.05.06

May 9, 2006

Beste twintigdertigers,

Ik kwam een paar leuke links en het leek me wel leuk om die hier te plaatsen. Ik weet niet of ik de enige ben die het leuk vind, want dan houd ik er snel mee op. Maar als jullie het weten te waarderen, dan wil ik af en toe wel wat plaatsen als ik het tegenkom. Natuurlijk mogen jullie me ook links mailen, met een korte (hele korte) beschrijving en dan kan ik die ook hier plaatsen. Het leukste is natuurlijk als we wat achtergrondmateriaal bij de studies kunnen vinden, die we hier voor iedereen beschikbaar kunnen stellen. Maar het kan ook gewoon grappig zijn of informatief, als het maar iets met ons geloof te maken heeft.

groeten,
Christiaan

– — –
Church seeks spirituality of Youth
Een engels onderzoek naar geloof onder jeugd

Gospelringtone.net
Voor degenen die wel eens wat anders willen op de mobiel

the Christian Paradox
Artikel over Amerika en christendom

Nieuwe studies

April 13, 2006
    Brieven uit de hel

De laatste bijeenkomst is besloten dat we voor volgend seizoen gaan kijken naar ander materiaal. Een van de opties die we gaan bekijken is of Brieven uit de Hel van C.S. Lewis voldoende materiaal biedt voor een aantal studies. Bas en Christiaan gaan dit bekijken en t.z.t. zal er hier meer nieuws over verschijnen.

Uitje groep 1

April 12, 2006

Vrijdag 21 april willen we voor de eerste keer het seizoen afsluiten met onze groep. Dit willen we doen door uit eten te gaan bij Metropool om 19.00 en daarna te gaan (na)genieten in het biercafe Moortgat. Partners zijn natuurlijk ook welkom en geef uiterlijk 2e paasdag aan mij door of je meegaat of niet, zodat ik kan reserveren.

groet,
Christiaan

Geeft ongeloof rust?

April 11, 2006

Een preek van Ds. Gerkema
Onderwerp door Inge Germeraad

In de afgelopen maand sprak ik een paar mensen, bij wie het geloof de laatste jaren is weggeëbd. In die gesprekken trof me dat wel twee of drie van hen zeiden: ik mis het niet, de kerk niet en het geloof ook niet.
En een van hen zie het zelfs nog sterker. Hij zei: het afscheid van het geloof heeft me rust gegeven.
Dat zijn opmerkingen, die bij me zijn blijven haken. “Ik mis het niet” en “het geeft me zelfs opluchting”.
Vandaar het thema van deze dienst: geeft ongeloof rust?

Dat vraagje suggereert in feite het tegendeel van wat Jezus ergens zegt, als Hij de mensen ruimhartig uitnodigt met de woorden: “kont allen tot Mij die vermoeid en belast zijn en ik zal u rust geven”.

En ook als je in de bijbel eens bij het begin en eind openslaat. We lazen uit Genesis 2 over de rust, waarin God rust vond van het werk dat Hij gedaan had. Dat is ongetwijfeld een hele rijke, gevulde rust geweest, waarin God ook zijn schepping (de mensen voorop) wilde laten delen. En ik denk ook, dat God daarmee bezig is tot op vandaag toe, ook dwars door de grote verstoring van Genesis 3 heen.

Zodra je aan het eind van de bijbel leest over een situatie van grote vrede, als het uiteindelijke doel van God bereikt is. Dat is een hoofdlijn in de bijbel, een regenboog, die loopt van het begin naar het eind van de bijbel.

En dat hartelijke woord van Jezus, waarmee ik begon, heeft een centrale plaats in dat grote project. In Hem zie je op zijn scherpst wat Gods bedoelingen met mens en wereld zijn. Als je Hem hoort zeggen: komt allen tot Mij en ik zal u rust geven.
God, die bezig is om rust te brengen. Je hoort het bij de entree van Jezus in deze wereld: “Ere zij God in de hemel, vrede op aarde bij mensen van Gods welbehagen”.

Hoe kan het dan gebeuren, dat je iemand het volstrekte tegendeel hoort zeggen: ik vind rust nu ik God en geloof achter me heb gelaten”. Dat is toch het schokkende negatiefje van het evangelie en het leek me goed om daar vanmiddag nog iets meer aandacht aan te geven.

Hoe kan het?
Ik dacht om te beginnen: misschien ligt een deel van de oorzaak in een zekere verkramping in de omgang met de bijbel of in verhouding met God.

Neem de eerste, een verkrampte omgang met de bijbelse boodschap. Ik dacht aan een eenzijdige lezing van de bijbel, waarbij je helemaal in de gebodskant van het evangelie komt vast te zitten. Zodat je bij je lezing van de bijbel in bijna elke zin een gebod of een regel horen. “Hieraan gehoorzamen”, ‘daaraan voldoen”. Met als gevolg dat het evangelie in de sfeer van het ‘moeten’ komt te hangen. Het wordt moeten en nog eens moeten.
En je blijft natuurlijk achter bij die bijbelse idealen. Om klein en machteloos van te worden! Met alle schuldgevoelens van dien, elke keer als je merkt: het lukt me niet om christen uit een stuk te leven. Geloof ik wel goed? Doe ik wel genoeg aan mijn geloof? Wat kun je je dubbel voelen, omdat je zoveel meer suggereert dan er in werkelijkheid zit. En zo tol je rond met een evangelie, waarin je steeds maar weer dat moeten hoort.

Je ziet het in Jezus dagen. De Farizeeën gaan met de boodschap van God die doenerige kant op en bijten zich vast in de gebodskant van de bijbel, goedbedoeld, ongetwijfeld. En zo houden het zo ook anderen voor in een poging om het evangelie door te trekken tot in de uithoeken van ieders leven. Maar het werd zodoende toch wel erg wettisch van kleur. Zo sterk dat daardoor God op afstand raakte en de mensen het idee kregen dat ze alleen maar met richtlijnen en geboden in de weer waren.
En die arme mensen werden, als ze vermoeid afhaakten, ook nog eens afgedaan als “de schare die de wet niet kent”. En dat is eigenlijk wel heel typerend gezegd. Niet: ‘de schare die God niet kent”, maar de bijbel (die er wel is!) het een en het al is geworden in de ogen van sommige van Jezus’ tijdgenoten.
In ieder geval was de bijbel niet meer wat het zo graag wil zijn: de loopplank naar God. Het evangelie was geworden tot regel en gebod, met diepe eenzaamheid tot gevolg.

Als je in zo’n verkramping met de bijbel omgaat dan is de bijbel een uiterst vermoeiend en deprimerend boek.
Kan het zijn dat degenen onder ons, die met een zucht van verlichting het evangelie dichtsloegen, in zo’n soort verkrampte omgang met de bijbel terecht zijn gekomen. En misschien herken je zelf ook wel iets of zelfs veel van die omgang.

Een andere vorm van verkramping van het geloof sluit aan bij wat ik zoeven zei. Maar het is tegelijk toch ook weer echt anders dan dat je in de bijbel zo bij die gebodskant blijkt zitten.
Ik bedoel nu het schrijnende gevoel, dat God zo op afstand blijft, zo verontrustend weinig ervaarbaar is.
Er is in elke tijd, zo schat ik in, verlangen om Gods nabijheid te ervaren. Maar ik denk dat het in deze tijd heel sterk is. Die nadruk op willen ervaren. Ik weet ook, dat er onder ons zijn, die daar hartstochtelijk naar zoeken. Zoeken naar zo’n piekervaring, zo’n diep gevoelen, de warmte van God, die je omgeeft van voren en van achteren (psalm 139). Een hand, die je op je schouder voelt, zodat je door en door verzekerd bent dat God er is.

Met dat verlangen is niets mis, maar de verkramping en de teleurstelling liggen wel als een belager aan de deur.
Ik weet van sommigen, die op dat punt teleurgesteld zijn geraakt in God en moe van het zoeken hun geloof hebben opgegeven. Een van degenen, die ik sprak ging deze weg. En vond rust, omdat hij nu tenminste af was van dat onrustige zoeken naar Gods aanwezigheid, zonder die te vinden.

Twee keer iets verkrampts. Het ene in de omgang met de bijbel, het andere in de verhouding met God. Beide moe-makend. En ik denk dat ieder ons de verleiding meevoelt om dan de rust van het ongeloof te zoeken.

Maar hier aangekomen, wil ik toch de vraag stellen: is het werkelijke rust, die je dan in je ongeloof vindt. Omdat je een doenerig geloof en een God die veel van je eist achter je hebt gelaten. Of omdat je je zoektocht naar een God op afstand of een voor je gevoel afwezige God hebt opgegeven.
Ik kan het eigenlijk niet geloven. Omdat er in onze wereld en in ons menszijn zoveel is, dat ons onrustig maakt en om antwoorden vraagt.

Ik noem als eerste een goedmoedige onruststoker. Want zo ervaar ik de schepping, die in al zijn veelvormigheid en kleurenrijkdom in feite een grote vraag is. Want vanwaar is dit alles, de bloemen, de vogels, de mens?
Ja, waarom ben ik er eigenlijk? Ik, zoals ik ben. Zo persoonlijk, een mens van liefde en haat, vreugde en verdriet.
En heeft mijn leven wel een doel?

Natuurlijk kun je een tijdje je kop in het zand steken voor zulke vragen. Zo voor je uit schuiven, ze verdringen. Maar vroeg of laat zijn ze niet te ontwijken. De vragen van de schepping, de grote vraag wie je zelf bent en wat de zin is van je leven.
Ik denk dat die vragen zorgen voor onrust.
Maar de grootste onruststoker in je leven is dat zeker niet.
Dan denk ik aan veel kwaadaardiger onruststokers, zoals de dood, het lijden.
Als je dat eens op jezelf betrekt.
Soms realiseer je je met een schok: ik ben eindig. Van de volgende eeuw zal ik met zekerheid een eind niet meemaken.

Zeg je dan heel soepel er achteraan: nou, so what?
Of geeft die gedachte je toch onrust. De dood, waar misschien wel bitter lijden vooraf gaat. Ik kan me nauwelijks voorstellen dat een mens daar rustig onder blijft. En vooruitschuiven helpt ook niet echt, want diep in je hart weet je dat de dood vroeg of laat hardhandig de deur van je leven forceert.
En dan heb ik het nog niet eens over de donkere hoeken van je leven, waar je niet echt klaar mee komt. Persoonlijke zonde, falen, dat je achtervolgt, schuldgevoelens over wat je hebt gedaan. Ook dat kan een bron van onrust zijn.

Maar daarmee heb je het niet gehad.
Want er is zoveel dat vanuit de wereld om ons heen op ons afkomt. De aarde is in allerlei opzichten zo scheef komen te hangen en wat er tussen de mensen onderling veel ontwricht.
Als je je dan in feite je leven beperkt tot je eigen erfje. En daar de rust zoekt van het eigen comfort en geluk. Kun je dat maken?

Moet je als mens niet reageren als je wordt geconfronteerd met immens lijden, waaronder onze wereld gebukt gaat. De schepping zucht, zegt Paulus (Romeinen 8).
En wat doe je tegenover het diepe onrecht, wat vaak achter het lijden van miljoenen zit. De vuisten van Stalin, Hitler, Pol Pot, Idi Amin, en ga zo maar door.
Maar ook in het klein. De man in je straat, die zijn vrouw mishandelt of zijn kinderen misbruikt.
Kun je het maken om in z0’n wereld het isolement te zoeken in een leven van schijnbare rust?

Als je de deur van je ziel werkelijk eens open zou zetten om het leed te peilen, dat in een journaal tot je komt. Waar blijf je dan?

Juist ook als mens zonder God, maar met journaal en krant. Maakt dat niet vreselijk machteloos, en onrustig? Ben je in staat om de berg schuldgevoelens, die dan weer onder het tapijt te schuiven?
Ja, hoe ga jij daar dan mee om, zonder God en geloof. Dat is mijn vraag aan ieder, die zegt in zijn of haar ongeloof rust te hebben gevonden.

Wat is het alternatief?
Je kunt jezelf verdoven tegen het vreselijke lijden en onrecht in de wereld. Met bijvoorbeeld de luxe en welvaart, die ons ten deel valt, kom je een heel eind.
Wie weet, zo dacht ik toen ik hier was aangekomen, misschien dat zelfs Karl Marx vandaag aan de dag die luxe ook wel als de opium van het volk zou willen typeren. I.p.v. de godsdienst. Of luxe en godsdienst voor mijn part.

Maar vooruitschuiven of verdoven (geholpen door de welvaart), je redt het niet, want daarvoor zijn dood en zonde, lijden en onrecht te machtige onruststokers.

En mijn vraag aan degenen, die God en geloof met een zucht van verlichting achter zich gelaten hebben, zou dan ook zijn: heb je in je ongeloof werkelijk rust gevonden, vrede.
Hoeveel heb je in huis tegen de onruststokers, de goedaardige, maar ook de kwaadaardige?
Of is je rust in ongeloof ten diepste de rust van de kop in het zand. Zodat je even doet alsof die onruststokers er niet zijn. In de trant van: als je het niet ziet, deert het je niet. Zoals je soms iemand een drukke verkeersweg ziet oversteken. Het hoofd afgewend met een blik: ze zullen wel stoppen!

Ik heb de rust gevonden … in mijn ongeloof…..
Geeft ongeloof werkelijk rust?
Of ruil je een beperkte onrust, die het evangelie met zich meebrengt, in voor een van veel grotere omvang, gewekt door bijvoorbeeld een journaal. Waar je dan, in ongeloof, volkomen in je eentje tegenaan moet?

Op zulke momenten klopt het evangelie aan en gaat in op die diepe onrust in onze werkelijkheid.
Van wege een schepping die om antwoord vraagt, maar vooral vanwege het lijden, het onrecht en de dood, dichtbij en veraf.
God is bezig met vrede te brengen op aarde. Zoals de engelen zongen bij Jezus. Vrede, dat is ook rust, maar dan met een geheven hoofd en niet met de kop in het zand.

Als je de verleiding voelt om niet langer mee te vechten in het gevecht met God om deze wereld. Dan kan ik me het gevoel van een zekere opluchting goed voorstellen. En helemaal als je afscheid hebt genomen van een verkrampte omgang met het evangelie of je moeizame zoektocht naar een ervaring van Gods nabijheid hebt gestaakt.

Maar mijn vraag is dan wel: is die rust geen schijn, omdat je leeft temidden van de vijanden, dat de bijbel juist als de vijanden ontmaskert: dood en zonde. Valt daar werkelijk mee te leven, of is je rust met de vijanden van dat formaat in feite inbeelding. Een vernislaag waaronder de werkelijke onrust van je ziel niet tot zwijgen komt.
Kun je er werkelijk vrede mee hebben? En vrede is toch iets als rust met opgeheven hoofd?

Het evangelie getuigt van het grote gevecht, dat je zo intens voor ogen krijgt in Jezus, die juist door lijden en dood en onrecht heen heeft waargemaakt wat Hij eerder zei: ik zal u rust geven.

En laat ik afsluiten met het woord van Augustinus, waarvan ik werkelijk geloof dat het de waarheid is: Ons hart is onrustig, totdat het rust vindt in U o God.

Amen.

Mogelijke vragen:
1. Ken jij mensen die het geloof achter zich hebben gelaten? Wat waren hun redenen daarvoor?
2. Ervaar jij het geloof als rust of onrust? Waarom?
3. Is er een verschil in het geloven van onze generaties en die van onze ouders? Welk?
4. De zondag wordt ook wel ‘rustdag’ genoemd, wat houdt die rust in?

Christendom & Politiek

April 11, 2006

gemaakt door Bas en Monica Roelofsen

Bijbelse houding van christenen in de politiek
In het boek Daniel lezen we een mooi voorbeeld hoe God mensen gebruikt in het bestuur van een land.

Lezen: Daniel 1:1-17.

Daniel is in dienst gekomen van de keizer Nebukadnezar. Ook al komt hij in een heidense omgeving , hij blijft bij de principes van z’n joodse geloof en laat door het experiment van de hoofd eunuch zien dat Gods regels goed zijn. De toepassing voor christelijke politiek vandaag zou kunnen zijn: Wees niet bang je met andersdenkenden te mengen, maar blijf bij je principes en draag deze uit naar anderen.
Later, onder koning Belsassar, blijkt Daniel er ook niet voor terug te deinzen stevige kritiek te uiten en te waarschuwen, omdat deze koning de bekers die door Nebukadnezar uit de tempel van Jeruzalem meegenomen waren, in een dronken bui gaat gebruiken op z’n eigen feest.

We lezen hierover in Daniel 5: 18:23.

Naast een getuige en een waarschuwer, blijkt Daniel vooral ook een trouwe bidder te zijn. Op straffe van de leeuwenkuil blijft hij drie keer per dag tot zijn God bidden en – zoals we uit deze geschiedenis van Daniel in de leeuwenkuil weten- liet God hem niet in de steek.

De plaats van de overheid
Wat opvalt in het laatstgelezen gedeelte, is dat Daniel voluit erkent dan het het gezag van Nebukadnezar, door God gegeven macht was (vers 18 en 19). God is een God van orde, en heeft Zelf overheden gewild om mensen te regeren. De Nederlandse Geloofsbelijdenis, één van de belijdenisgeschriften van onze kerk, verwoordt dit als volgt (in nogal ouderwets taalgebruik):

“Wij geloven, dat onze goede God, uit oorzaak der verdorvenheid des menselijk geslacht, Koningen, Prinsen en Overheden verordend heeft; willende, dat de wereld geregeerd worde door wetten en politiën, opdat de ongebondenheid der mensen bedwongen worde, en het alles met goede ordinantie onder de mensen toega.”

Paulus schrijft over een christelijke houding tegenover de overheid in Romeinen 13:1-3 het volgende:
Iedereen moet het gezag van de overheid erkennen, want er is geen gezag dat niet van God komt, ook het huidige gezag is door God ingesteld. Wie zich tegen dit gezag verzet, verzet zich dus tegen een instelling van God, en wie dat doet roept over zichzelf zijn veroordeling af. Wie doet wat goed is, heeft van de gezagsdragers niets te vrezen, alleen wie doet wat slecht is.
Paulus roept in zijn eerste brief aan Timoteüs 2:2 op te bidden voor de overheid.
Jezus zei tegen de joden dat ze gewoon belasting moesten betalen aan de overheerser, de Keizer te Rome.
Voor een revolutie is binnen het christendom dus geen plaats. Wij zijn onderdanen van een ander Koninkrijk, waarvan de Koning de strijd al gewonnen heeft. Ook een oproep tot het stichten van een Christelijke staat, langs welke weg dan ook, vinden we nergens in de Bijbel. Ook wordt er nergens een bepaald politiek systeem aangewezen dat “christelijk” zou zijn.
Wel mogen we zoals Daniel ons inzetten voor een goed bestuur van ons land. We hoeven die verantwoordelijkheid niet uit de weg gaan en kunnen als christenen door te stemmen of door mee te besturen beste voor onze medemens zoeken.

Vragen:
1) Wat verwacht je (als christen) van de overheid?
2) Wat vind je van het standpunt van de Jehova’s Getuigen dat je je als christen niet moet bemoeien met de overheid?
3) Lezen: De standpunten van een aantal partijen en wat valt op?
4) Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen de (christelijke) partijen?

ChristenUnie
1.1 In de maatschappij waarin wij leven is veel om dankbaar voor te zijn. Wij genieten vrijheid, rechtshandhaving, voorspoed en welvaart. Deze weldaden zijn een zegen van God. Mens en overheid zijn geroepen Hem daarvoor te eren en Zijn gaven op een verantwoorde wijze te gebruiken. Wij zijn op een verkeerde weg wanneer maatschappelijke en politieke verhoudingen louter in dienst komen te staan van materiele welvaartsvermeerdering en persoonlijke autonomie. Door de zonde zoekt de mens het leven bij zichzelf. De samenleving is daardoor vervreemd van de dienst van God. De relatie tot de natuur raakt verstoord, de onderlinge verhoudingen tussen mensen verkillen en verharden. Dankbaarheid aan de God van hemel en aarde, de aanvaarding van Jezus Christus als Verlosser en de erkenning van Zijn gezag over alle dingen, openen een nieuwe weg en geven richting en zin aan ieders werk in politiek en maatschappij.
1.2 Voor een samenleving is het van belang dat mensen met vreugde verantwoordelijkheid voor elkaar dragen en ook voor het geschapene. God heeft dat aan de mens in beheer gegeven. De kwaliteit van een gemeenschap blijkt onder andere uit de mate waarin de mensen de ruimte krijgen om zich cultureel te ontplooien tot eer van hun Schepper en natuur en milieu tot hun recht komen. Daarvoor zijn gemeenschappelijke normen en waarden nodig, die actief worden overgedragen. De burgers van ons land dragen allereerst zelf hiervoor verantwoordelijkheid en hebben ook de taak – ieder op zijn of haar plaats – zich in te zetten voor de samenleving. De mens is immers als rentmeester in de schepping geplaatst.
1.3 Overheid en politiek – die zich veeleer door de ontwikkelingen hebben laten meenemen dan er leiding aan te geven – dienen een andere levensvisie en een ander politiek beleid aan te nemen. De overheid spoort de burgers aan op goede wijze verantwoordelijkheid te dragen voor henzelf, hun omgeving en de schepping. Er moet weer een besef zijn dat God mensen aanstelt als verantwoordelijken in Zijn Wereld. De overheid schept op het publieke terrein de voorwaarden voor dit verantwoordelijk burgerschap.
1.4 Wij geloven dat de overheid haar ambt van Godswege draagt en de opdracht heeft de publieke samenleving te richten op de dienst aan de Allerhoogste. Ze geeft leiding aan een goede cultuur- en maatschappij-ontwikkeling om deze dienstbaar te maken aan de ontplooiing van alle mensen en recht te doen aan de bedoeling van de Schepper met Zijn schepping. Wat de Bijbel kwaad noemt in het samenleven van mensen, gaat ze tegen met middelen die uit haar ambt voortvloeien.

SGP

Artikel 3
De overheid is als dienaresse Gods in haar ambt onvoorwaardelijk onderworpen aan Gods Woord en Wet, waarnaar zij geoordeeld zal worden. Bij de uitoefening van haar ambt dient zij zorg te dragen voor de inrichting van de samenleving overeenkomstig de in Gods Woord geopenbaarde normen en voor de naleving van die normen.
Regerende bij de gratie Gods en gebonden aan Zijn wetten is de overheid geroepen de eed te eisen.

Artikel 4
Wetgeving en bestuur mogen de prediking van het Evangelie niet hinderen, maar moeten deze bevorderen. De Kerk van Christus dient wel onderscheiden te worden van elke vereniging en moet naar eigen rechten beschermd worden.
Dientengevolge behoren ongeloofspropaganda, valse religies en anti-christelijke ideologieën door de overheid uit het openbare leven te worden geweerd.

Artikel 5
De overheid dient als uitgangspunt te hebben dat ieder mens een uniek schepsel is, geschapen als beelddrager Gods. Onder erkenning dat de mens van God is afgevallen en sindsdien geneigd is God en zijn naaste te haten, geldt onverkort dat het de mens geboden is om God en zijn naaste lief te hebben. De overheid moet de zondagsrust bevorderen opdat iedereen die dag naar het Goddelijk gebod kan heiligen.
De overheid is geroepen de lastering van Gods naam en de ontheiliging van Zijn dag strafbaar te stellen.

CDA

Hoofdstuk I: EEN BEGAANBARE WEG
1. Het CDA aanvaardt het Bijbels getuigenis van Gods beloften, daden en geboden als van beslissende
betekenis voor mens, maatschappij en overheid. Het CDA richt zich naar dat getuigenis met de
intentie steeds te zoeken naar de betekenis van het Evangelie voor het politieke handelen.
2. Het CDA richt zich zonder onderscheid tot de gehele Nederlandse bevolking. In het besef dat een
politieke partij een eigen verantwoordelijkheid heeft hecht het CDA een wezenlijke betekenis aan de
uitspraken van christelijke kerken en stelt het zich open voor de opvattingen van maatschappelijke
groeperingen.
3. De politieke overtuiging, die als antwoord op de oproep van de Bijbel voor de politiek gestalte
krijgt, is het samenbindende element waarop een ieder in het CDA aanspreekbaar is. Dit program van
uitgangspunten geeft uitdrukking aan deze politieke overtuiging.
Hoofdstuk II: GERECHTIGHEID
Overheid
4. De overheid als dienaresse Gods is geroepen de samenleving te dienen naar de norm van de
gerechtigheid met inachtneming van de eigen verantwoordelijkheid van maatschappelijke verbanden
en van burgers en met erkenning van het eigen recht en karakter van de kerk. Dit houdt in dat zij zich
inzet voor een maatschappij waarin recht en vrede heersen, opkomt voor de zwakken, vervolgden en
ontheemden, het onrecht bestraft, de gewetensvrijheid eerbiedigt en de persoonlijke levenssfeer
beschermt en in het algemeen die voorwaarden schept, die nodig zijn voor een samenleving van
verantwoordelijke mensen.

GroenLinks
GroenLinks heeft een ‘groen’ karakter. Eén van de doelstellingen van de partij wordt in het beginselprogramma als volgt geformuleerd: “een leefbaar milieu en herstel van het ecologisch evenwicht, in het besef dat natuurlijke hulpbronnen eindig zijn.” Verder wil GroenLinks zich inzetten voor beperking van de “materiële consumptiemogelijkheden in het westen”.

Ten slotte vindt GroenLinks dat milieuvervuilende sectoren zullen moeten krimpen of helemaal verdwijnen. Milieuvriendelijke productie moet impulsen krijgen en flink gaan groeien.

Het progressieve/linkse karakter van de partij is ook terug te vinden in het beginselprogramma. De idealistische uitgangspunten waaruit het sociale karakter van de partij is af te leiden zijn:
-
een rechtvaardige verdeling van macht, kennis, bezit, arbeid en inkomen, zowel in Nederland als op wereldschaal
-
het recht van leder mens op een behoorlijke bestaanszekerheid, goede huisvesting en toereikende gemeenschapsvoorzieningen
-
verzet tegen uitbuiting en onderdrukking van groepen en volkeren.

Ten slotte wordt in het beginselprogramma uitgelegd waarom de groene en progressieve idealen juist heel goed samengaan:

“Een effectieve milieupolitiek zal verbonden moeten worden met linkse doelstellingen. Een groene politiek vraagt om een mondiale herverdeling van welvaart. Armoede en gebrek aan kennis leiden in ontwikkelingslanden tot milieuvernietiging. Daarnaast zal groene politiek de materiële consumptiemogelijkheden in het Westen beperken. Wanneer de koek kleiner wordt, wordt het verdelingsvraagstuk, en daarmee linkse politiek, belangrijker.”

D66

D66 – tot 1981 werd de naam D’66 gevoerd – werd opgericht op 14 oktober 1966, in een periode i waarin grondige veranderingen in de (Nederlandse) maatschappij zichtbaar werden. Ontzuiling en ontkerkelijking zorgden ervoor dat kiezers hun stemgedrag steeds minder lieten bepalen door klasse of godsdienst. Het aantal ‘zwevende’ kiezers nam toe.

De toenemende onduidelijkheid in de politiek was voor een aantal links-liberalen, van wie sommige partijloos waren, reden om op 30 april 1966 in Amsterdam bijeen te komen. Zij richtten zich op 10 september 1966 een appèl aan ‘iedere Nederlander die ongerust is over de ernstige devaluatie van onze democartie’.

Bij de oprichting wees de partij alle van oorsprong 19e-eeuwse ideologieën af. Volgens D66 waren de tegenstellingen tussen de oude ideologieën verdwenen. Deze boden geen oplossingen meer voor een moderne maatschappij. Slechts een wetenschappelijke, pragmatische aanpak bood uitkomsten.

D66 heeft vanaf het begin staatsrechtelijke hervormingen nagestreefd, met als doel een directe democratie, met bijvoorbeeld een direct gekozen minister-president. Veder richtte het zich op moderne thema’s als vrouwen-emancipatie en milieubescherming.

PVDA
Vrijheid, democratie, rechtvaardigheid, duurzaamheid en solidariteit. Dat zijn de idealen van de sociaaldemocratie.
In de confrontatie van deze idealen met de werkelijkheid van alle dag geven beginselen richting.
Voor de Partij van de Arbeid staat daarbij het recht op een fatsoenlijk bestaan centraal. Een bestaan
dat een volwaardige participatie in de maatschappij mogelijk maakt, met ruimte voor wie wil en waardigheid voor wie niet kan. Een fatsoenlijke samenleving ontstaat waar vrijheid, solidariteit en verantwoordelijkheid elkaar de hand reiken.
De sociaal-democratie is een Europese én internationale beweging die vecht voor deze idealen. De Partij van de Arbeid is de Nederlandse vertegenwoordiger hiervan. Het is een beweging die zich verzet tegen schending van mensenrechten, tegen onredelijke ongelijkheid van inkomen en macht, tegen armoede, tegen discriminatie en tegen de uitputting en vervuiling van natuur en milieu. ‘De sociaal-democratische methode’ kan niet zonder een sterke economie en een vitale markt maar begrenst deze door kaders die niet vanzelfsprekend door die markt geleverd worden: sociale rechtvaardigheid, democratische verantwoording, publiek belang, culturele ontwikkeling en ecologische duurzaamheid.

VVD

Ieder mens is gesteld op zijn vrijheid. Vrijheid is dan ook, naar liberaal beginsel, een van de pijlers
waarop de samenleving behoort te rusten. Volstrekte vrijheid levert het beeld op van de jungle, waarin
slechts het recht van de sterkste geldt. In een menselijke samenleving betekent vrijheid niet dat men
maar alles kan doen of laten wat men wil. De vrijheid van de mens vindt zijn grenzen in de vrijheid
van zijn medemens.
Omdat niet alle mensen lieverdjes zijn, die als vanzelfsprekend de grenzen van hun vrijheid kennen en
aanvaarden, zijn er regels en wetten. Maar niet alles is daarin vast te leggen. Er is ook een levensstijl.
De geschiedenis leert dat regels en stijl veranderlijk zijn. Een verandering echter kan zo traag gaan,
dat regels relikwieën worden, stijl in kramp verkeert. De naoorlogse generatie heeft dat zo ervaren. De
doorbraak van de jaren zestig was voor sommigen schokkend, voor anderen een bevrijding. Voor
velen was zij beide.
Er is in die jaren veel ballast overboord gegaan. De tolerantie is ruimer geworden. Mensen hebben
minder moeite met een gedrag dat afwijkt van het hunne, het openlijk aangaan van andere
samenlevingsvormen dan het huwelijk wordt aanvaard. Veel wat vroeger werd verstopt blijkt bij
daglicht best te verdragen. Wij kregen de toeschietelijke maatschappij – en die spreekt liberalen aan.

7. Hoe kan ik er nu zeker van zijn dat het allemaal waar is?

April 4, 2006

Uit: Brieven van een scepticus van dr. Gregory A. Boyd en Edward K. Boyd

Inleidende vragen (voor het lezen van de briefwisseling)
• Hoe ben jij er zeker van dat het allemaal waar is?
• Op welke gebieden heb je vragen die open staan?
• Hoe ben je erachter gekomen dat het allemaal waar is? Of hoe denk ja daar achter te komen? Waar ligt de sleutel volgens jou?

Vragen (na het lezen van de briefwisseling)
● Wat vind je van dit antwoord. Ben je het ermee eens? Zou je zo’n antwoord zelf ook geven. Wat zou je anders doen, wat mis je?
● Hoe zeker ben jij van je geloof, merk je dat er steeds meer zekerheid in je hart groeit (zoals greg dat schrijft)? Is Christus voor jou een levende realiteit?
● Wat vind je van de tips die Greg aan zijn vader geeft?
● Lees Hebreeën 11: 1- 15 & 32 – 40 eens, wat geeft dit hoofdstuk aan over het zeker zijn van je geloof. Ervaar je dat ook zo? Hebt dit bijbelgedeelte je verder?
● Hoe kan je mensen helpen verder te komen in het geloof, of welke invloed heb je op de “sprong”van andere mensen? Door wie, of hoe ben je zelf geholpen met deze sprong. Of wat zou je helpen?

Hoe kan ik er nu zeker van zijn dat het allemaal waar is?

11 november 1991

Beste Greg,

Ik hoop dat het op het ogenblik goed gaat met jou en je gezin. Goed, terug naar ons ‘debat’ (als je dat tenminste nog zo kunt noemen). In je vorige brief zat nogal wat zware theologie en ik ben er niet zeker van dat ik alles gesnapt heb. Het onderscheid dat je maakt tussen onze ‘essentie’ en hoe die zich ‘manifesteert’ is nogal moeilijk te begrijpen. Maar misschien is het probleem ook wel dat het te mooi klinkt om waar te zijn. Ik weet het niet. In ieder geval ben ik geneigd het te geloven. Want als het onderscheid dat jij maakt (of iets wat erop lijkt) niet waar is, heeft niemand ook maar de geringste kans om in de hemel te komen.

Dit is het punt waar ik aangeland ben, Greg. Ik wil graag geloven, maar ik vind het moeilijk om dat oprecht te doen. Ik bedoel, je hebt je geloof heel sterk verdedigd en je hebt antwoord gegeven op mijn tegenwerpingen en vragen. Maar toch heb ik nog steeds het gevoel dat ik met de hele handel nog een beetje in de lucht hang. En ik zou niet weten waarom. Hoe kun je er nu echt zeker van zijn dat het allemaal waar is? Ik blijf maar zitten met de gedachte dat er misschien iets is wat wij gemist hebben. Misschien zit er ergens in jouw argumentatie een denkfout die ik over het hoofd heb gezien. Misschien zijn er een paar belangrijke feiten over Christus in jouw historische schets van Hem overgeslagen. Of misschien zijn ze nog niet ontdekt, maar zullen ze wel jouw hele argumentatie op zijn kop zetten zodat ze ontdekt zijn. Waarom verwerpen andere, zeer intelligente mensen, waaronder veel geleerden, jouw argumenten en daarmee het christelijk geloof?
Voor mijn gevoel sta ik voor de kloof die mij scheidt van het geloof, maar ik heb het vertrouwen nog niet om de sprong te wagen. Ik twijfel nog, maar ik heb geen idee wat je verder nog tegen me zou kunnen zeggen om die twijfels te verzachten. Misschien heb ik gewoon meer tijd nodig.
Geef me eens een goede raad.

Liefs,
Vader
——————-
22 november 1991

Beste vader,

Ik stel je eerlijkheid op prijs, pa – dat heb ik trouwens de hele tijd gedaan. Ik heb ook grote bewondering voor jouw integriteit. Ik wou dat ik iets meer had van jouw karakter dat absoluut weigert onoprecht te handelen.
Om heel eerlijk te zijn, eigenlijk weet ik niet hoe we nu verder moeten met onze discussie. Mijn rol als ‘apologeet’ lijkt zo ongeveer ten einde, maar misschien is wat pastoraal advies hier wel op zijn plaats – als je het tenminste niet erg vindt dat van je zoon te krijgen. Laat me een paar suggesties doen.
Eerst over die intellectuele twijfel die maar op de achtergrond blijft hangen. Ik raad je aan om van tijd tot tijd onze briefwisseling nog eens goed door te lezen. Soms gaat de kracht van een argument in de loop van de tijd wat achteruit. Je kan vergeten waarom je een bepaald argument overtuigend vond en dan kan je er weer aan gaan twijfelen. Dat gebeurt bij mij steeds bij een heleboel verschillende onderwerpen. Als dat gebeurt, dan ga ik naar zo’n onderwerp terug en kijk ik het nog eens over. Soms merk ik dat ik inderdaad iets over het hoofd heb gezien en dan is daarmee de zaak heropend. Maar andere keren kom ik gewoon opnieuw tot een bevestiging van de geldigheid van een kwestie die ik oorspronkelijk al als juist had aanvaard. In beide gevallen helpt het om terug te gaan. Als u vindt dat we iets over het hoofd gezien hebben, laten we dan toch vooral de discussie heropenen.

In de tweede plaats, pa, vraag ik me af of je geen verkeerd idee hebt van het soort zekerheid waar het in het geloof om draait. Wat de mensen ook geloven, pa, hun geloof zal altijd verder gaan dan wat het bestaande bewijs van hen verlangt te geloven. Daarom is het juist een geloof en geen zekerheid. Dat gaat altijd op, of iemand nu gelooft dat het christelijk geloof waar is, of dat hij dat niet gelooft. Op intellectueel niveau brengen beide standpunten een zeker risico met zich mee. Je kunt domweg over geen van beide standpunten het soort zekerheid hebben dat je in de wiskunde hebt. De vraag is niet welk geloof in strikte zin door het bewijs vereist wordt, maar welk geloof ondersteund wordt door het beste bewijs. Ik geloof, en ik denk dat jij dat ook gelooft, dat het christelijk geloof veel meer te bieden heeft als wereldbeschouwing dan welk alternatief ook maar. Maar wij komen geen van beiden in strijd met de logica als we dat ontkennen.

Er is dus altijd sprake van een ‘sprong’ als je ergens in gaat geloven. Maar wat ik zou willen, pa, is dat je zou inzien dat u die ‘sprong’ al aan het maken bent. Iemand die ervoor kiest om niet te geloven, of zelfs maar zijn oordeel op te schorten, neemt in feite een heel groot risico, een enorme ‘geloofssprong’, omdat hij het bij het verkeerde eind kan hebben, en dat kan heel ernstige consequenties voor hem hebben. Dat is zoiets als wanneer je in huis bent en buiten schreeuwt er iemand: ‘Brand!’ Je kunt kiezen of je dat gelooft of niet – en je taxeert je bewijs zorgvuldig (ruik je rook? Zie je ergens vlammen? enz.). Je kunt ervoor kiezen het te geloven en het risico te lopen voor gek te staan als je je huis uit komt rennen en het een grap blijkt te zijn. Maar je kunt ook kiezen het niet te geloven en het risico lopen dat alles verbrandt. Als je ervoor kiest om je oordeel op te schorten, dan loop je precies hetzelfde risico. Er is dus domweg geen ‘risicovrij’ standpunt, ook niet het standpunt van geen standpunt in te nemen.

Om even van beeld te wisselen: ik denk dat het leven veel weg heeft van een rijdende trein. We zitten allemaal in een trein die met een steeds toenemende snelheid op een ravijn af dendert. We weten niet wanneer we zullen ontsporen, maar we weten zeker dat dat ergens gaat gebeuren. Sommige passagiers zeggen dat je geloof je deze ontsporing zal laten overleven, anderen zeggen van niet: we zullen allemaal gewoon sterven. Je hebt maar een heel klein beetje tijd om te beslissen. De beslissing om geen beslissing te nemen is ook een beslissing, want de vraag of je het zult overleven hangt af van wat je gelooft – als de mensen die dit beweren het tenminste bij het rechte eind hebben. Dus je weegt alle beschikbare bewijzen voor elke bewering tegen elkaar af, je overweegt de mogelijkheden, alle risico’s – en de trein gaat steeds harder. Het ravijn komt steeds dichterbij. Wat ga je beslissen?

Het verstandigste wat je kunt doen, pa, is geloven! Het bewijs is sterk. De alternatieven zijn naar verhouding zwak. En het risico van niet geloven is veel groter dan het risico van wel geloven. Zoals Blaise Pascal zei (in zijn beroemde ‘Weddenschap van Pascal’): Als het christelijk geloof niet waar is, heb je niets verloren. Als het wel waar is, heb je de eeuwigheid verloren. Het is dus duidelijk dat je maar het beste op het christendom kunt wedden.

Laat me daar nog één ding aan toevoegen. Het geloof is voor iemand die in jouw schoenen staat veel onzekerder dan voor iemand in mijn positie. Want als je eenmaal christen bent, als je eenmaal Christus als je Verlosser aanvaart en de relatie met Hem verder begint uit te bouwen, gaat de zekerheid van je geloof groeien. Christus wordt een levende realiteit. Dan ken je Hem niet meer alleen (en zelfs voornamelijk) op grond van het bewijs, pa, maar op basis van een ervaren relatie.

Daarom smeek ik je, pa, zet je leven op Christus. Al lijkt dat nu ‘riskant’, in de loop van de tijd wordt dat vanzelf veel minder. Er is tenslotte niets te verliezen, maar wel alles te winnen.
Ik heb nog één laatste stukje ‘pastoraal’ advies voor je. Ik weet zeker dat veel van je reserve ten aanzien van het christelijk geloof niet te maken heeft met bewijs, maar dat het gewoon voortkomt uit het feit dat het allemaal erg nieuw voor je is. Het lijkt ‘onwerkelijk’ omdat je nooit eerder zo gedacht hebt. Het is een compleet nieuwe manier van naar jezelf en naar de wereld kijken. Het is een nieuwe manier van leven. Het is dus niet verbazingwekkend dat je daar wat gereserveerd tegenover staat.

Wat je zal helpen, pa, is als je langzaamaan gewoon eens probeert er een beetje ‘in te komen’, in de christelijke manier van denken en leven. Dat is ook een deel van de ‘weddenschap’. Je begint gewoon met al je kaarten open te leggen, want dat is de beste weddenschap, maar geleidelijk wordt het dan voor je ook de werkelijkheid. Je groeit er als het ware in.
Daarom stuur ik je een paar bandjes met christelijke muziek waarvan ik denk dat je die wel mooi zult vinden. Ik raad je aan daar eens naar te luisteren als je tijd hebt. Ik denk dat dat je zal helpen om in het christelijke leven te ‘groeien’. Als je er naar luistert, denk dan eens na over de teksten. Probeer je de boodschap waarover gezongen wordt voor te stellen. Laat de schoonheid van Christus tot je komen via de muziek; dan zul je merken dat je geleidelijk meer van Christus gaat houden. Ik stuur je ook een Bijbel en wat geestelijke lectuur. Ook dat zal je helpen om te ‘groeien’ in het geloof. Ik raad je aan om te beginnen bij het evangelie van Johannes. Lees dat eens heel langzaam door, denk er rustig over na en zit er niet over in als je een heleboel onbegrijpelijk vindt. Zie maar wat je eruit haalt. Doe hetzelfde met de christelijke lectuur die ik je ook gestuurd heb en laat het allemaal maar zoveel mogelijk bezinken.

Ik raad je ook aan om een bijbelgetrouwe kerk in de omgeving te gaan bezoeken. Ik weet hoe je over kerken denkt, dus misschien moet dit idee voorlopig op een laag pitje gezet worden. Maar toch kan het echt helpen om samen met medegelovigen te bidden.

Ten slotte, pa, raad ik je aan om te proberen af en toe gewoon met God te praten. Dat hoeft niet iets formeels te zijn – ik weet dat je daar iets tegen hebt sinds je rooms-katholieke tijd. Maar praat gewoon tegen Jezus zoals je tegen mij praat. Voor zover je dat kunt (maar maak je daar geen zorgen over), moet je proberen met je ogen dicht Jezus voor te stellen en op een heel gewone manier met Hem te praten. Bij mij werkt het heel goed als ik dat doe met zachte christelijke muziek op de achtergrond. Ongetwijfeld zal dat in het begin vreemd lijken en zul je je een beetje opgelaten voelen, maar daar wen je in de loop van de tijd wel aan.
Het eenvoudige gebed is het waar alles mee begint, pa, het gebed waarvan de Bijbel zegt dat het de verlossing zelf is. Dat zou bijvoorbeeld ongeveer zo kunnen luiden:

Here, ik weet dat ik een zondaar ben en daar heb ik berouw over. Ik geloof dat U voor mijn zonden gestorven bent, zodat ik voor eeuwig met U in de hemel mag leven. Daarom wil ik U nu aannemen als mijn Here en mijn Verlosser. Kom mijn leven binnen, Here Jezus, en maak me zoals u me hebben wilt.

Dit is het soort gebed dat elke christen bidt als hij christen wordt. Door zo’n eenvoudig gebed wordt een mens onmiddellijk smetteloos voor God de Vader. Niets van wat je ooit nog zult doen in je leven maakt je volmaakter voor God dan je al bent op het ogenblik dat je dit gebed uitspreekt. En als je dat doet, pa, dan kan het zijn dat het voor jouw gevoel geen verschil maakt, maar de Bijbel zegt dat alle engelen in de hemel en de Here God zelf in gejuich zullen uitbarsten en zullen feestvieren. En je kunt erop rekenen dat ik meedoe!

Dus, pa, de vraag is helemaal niet welk risico je loopt als je in Christus gelooft. De vraag is wat je riskeert als je dat niet doet. Waag die sprong, pa. Daar zul je nooit spijt van krijgen.
Ik beloof dat ik contact zal houden. Ik hoop dat ik de volgende keer dat ik je schrijf, niet hoef te besluiten met ‘in hoop’, maar in plaats daarvan ‘met vreugde’.
Je weet hoeveel ik van je houd.

In oprechte hoop,

Greg

6. Hoe kan ik tegelijkertijd heilig en zondig zijn?

April 4, 2006

Uit: Brieven van een scepticus van dr. Gregory A. Boyd en Edward K. Boyd

Beste Greg,

Jouw begrip van Gods genade is zo merkwaardig, Greg, dat ik bijna geloof dat het wel een openbaring van de Almachtige moet zijn, omdat ik me niet kan voorstellen dat iemand zo’n tegen alle intuïtie ingaand verhaal bij elkaar verzint! Het gezonde verstand zegt dat mensen naar de hemel of de hel gaan afhankelijk van de vraag of ze goed of slecht zijn geweest. Ik heb altijd gedacht dat christenen dat geloofden. Maar jij zegt dat daar helemaal niets van klopt. Begrijp ik je echt wel goed? Je komt erin of blijft buiten afhankelijk van je geloof in Christus. Dat is absoluut revolutionair!

Ik ben nog niet zover dat ik mijn ‘begrijpen handelen wil laten worden’, zoals jij dat noemt. Maar ik vermoed dat het gewoon een kwestie van tijd is. Ik weet dat als ik me daaraan bind, het echt moet zijn. En voor mijn gevoel is het daar gewoon de tijd nog niet voor.

Intussen heb ik nog wel een andere vraag over het ‘verlossingsverhaal’. Het komt erop neer dat ik nier snap hoe ik helemaal heilig kan zijn voor God, ook al weet ieder ander die me kent dat ik helemaal niet heilig ben. Is God blind of zoiets? Maar misschien begrijp ik je wel verkeerd. Je zegt dat onze zonden ons vergeven moeten worden en dat we veranderd moeten worden als we een relatie met God willen hebben. Nou, ik kan nog wel begrijpen dat God onze vroegere onze zonden om Jezus’ wil vergeeft, maar ik zie nog niet dat christenen in het heden veranderd zijn. Hoe kunnen christenen nu volkomen verenigbaar zijn met God in het heden als ze nog niet volkomen veranderd zijn? Als een zonde ons van God kan scheiden, dan zal het niet veel helpen dat mijn vroegere zonden vergeven zijn, want je kunt er nu al donder op zeggen dat ik het elke dag zal verpesten. Dus, Greg, leg me eens uit hoe ik tegelijkertijd heilig en zondig kan zijn.

Met heel mijn liefde,

Pa
—————

Lieve Pa,

Hoe kunnen we nu tegelijkertijd heilig en zondig zijn? Dat zal ik uitleggen met een vergelijking. Toen God in het begin de wereld schiep zij Hij: ‘Er zij licht’, en er was licht. Hij zij: ‘Laat het droge tevoorschijn komen’, en het was alzo. We zien dat het Woord van God de werkelijkheid schept die het spreekt. Dit noem ik het scheppingswoord.

Als God zegt: ‘Alle zonden uit je verleden zijn weg’, dan zijn al je zonden weg! Als God zegt: ’Je bent volledig heilig voor Mij’, dan ben je volledig heilig voor Hem! Dit noem ik het verlossingswoord. Gods Woord bepaalt wat echt is en wat waar is. ‘Als God voor ons is, wie zal tegen ons zijn?’, zegt de apostel Paulus.

Gods verlossingswoord verschilt in een belangrijk opzicht van Zijn scheppingswoord. Toen God zijn scheppingswoord sprak, was er niets dat weerstand bood. Alleen het niets was er. Maar als God zijn verlossingswoord spreekt, is er wel iets wat daar tegenin gaat. Want je bestaat al, vol met oude gedachten, daden, gevoelens enzovoort. En veel aspecten van dit ‘oude zelf’ gaan in tegen wat God zegt. God gaat deze ‘oude zelf’ niet vernietigen en een ‘nieuwe zelf’ scheppen. Als Hij dat deed, dan werd je helemaal niet gered: dan zou Hij een heel ander persoon scheppen. Maar jij, in al je oude zonden, jij bent het van wie God houdt en die Hij wil redden! Dus Hij werkt eraan om jou en mij en iedereen van binnenuit te herscheppen.

We veranderen als we gaan geloven. We krijgen langzamerhand een ‘nieuwe zelf’. Al onze zonden worden opgenomen door het lijden en sterven van Jezus aan het kruis. We hebben vergeving gekregen en we zijn veranderd. Maar dat feit wordt niet direct merkbaar in ons leven. Onze ‘oude’ (onjuiste) manier van denken aanvaardt vaak het feit van onze vergeving niet. Onze ‘oude’ manier van leven verzet zich tegen de verandering die God in ons hart heeft bewerkt. Het kost gewoon tijd voordat onze oude identiteit is afgestorven. Die werd bepaald door al onze vroegere ervaringen, neigingen, gevoelens en ambities. Pas in de hemel zal aan het licht komen wie we werkelijk zijn.
Hoe kunnen gelovigen nu dus op hetzelfde moment heilig en zondig zijn? Vanuit Gods oogpunt op hoe wij zullen worden, zijn wij heilig. Maar vanuit ons eigen perspectief (op wat wij nu zijn) zijn wij zondaars. ‘In Christus’ zijn wij volmaakt heilig, maar los van Christus zijn we helemaal zondaars! Christenen hebben iets van een vlinder in een cocon. Er zit een leven in van schoonheid, van vliegen, van gratie (dat is wat zij in werkelijkheid zijn), maar dit vlinderleven zit opgesloten in iets wat intrinsiek tegengesteld is aan schoonheid, vliegen en gratie. Die verpoppende vlinder is voorbestemd om te vliegen, maar voorlopig is het leven er een van een overgang.

Wat volgens mij heel belangrijk is om te beseffen is dat de manier waarop christenen geleidelijk worden bevrijd van hun ‘oude zelf’ er niet een is van hun eigen harde werk, maar dat het komt van God. Het betekent God toelaten om de ‘vlinder’ in hen te bouwen en sterk te maken. Terwijl wij Jezus ons laten liefhebben zoals we zijn, raken we er steeds meer van overtuigd dat we uit onze ‘cocon’ kunnen breken, dat we bevrijd kunnen worden, dat we kunnen vliegen en dat we dat ook willen!

De motivatie en kracht om te leven zoals God dat wil, komen pas als God in je woont. Verandering is het gevolg en niet de oorzaak van je verlossing. Laat God je liefhebben en aanvaarden zoals je bent. Dan zul je langzaamaan een verlangen en kracht gaan voelen om iets anders te worden dan je bent. Laat Hem je redden, dat is het enige waar jij je druk om moet maken.

Ik hoop dat dit verhaal het allemaal een beetje duidelijker maakt.

In liefde, hoop en afwachting,

Greg

Discussie
• Wat vind je van de uitleg van Gregory?
• Bemerk je de kleine veranderingen in je leven (zijn ze tijdelijk of definitief)?
• Klopt het dat jij je ‘nieuwe zelf’ pas in de hemel echt leert kennen?
• Moeten we niet meer ons best doen om te laten zien aan deze wereld dat we christenen zijn?

5. Waarom maakt God het zo moeilijk om in Hem te geloven?

April 4, 2006

Uit: Brieven van een scepticus van dr. Gregory A. Boyd en Edward K. Boyd

Inleidende vragen (vóór het lezen van de briefwisseling)
• Kan je je vinden in deze vraagstelling. Vind je dat geloven moeilijk is? Vind je dat God geloven moeilijk heeft gemaakt?
• Ken je mensen die een soortgelijke uitspraak hebben gedaan, bijvoorbeeld mensen die zich jarenlang hebben verdiept in het christelijk geloof maar die (nog) niet zijn gaan geloven? Wat was/is hun moeite met het geloof. Wat staat ze in de weg?

Vragen (ná het lezen van de briefwisseling)
● Greg geeft vier redenen waarom geloven moeilijk is. Vat deze met elkaar samen.
● Wat vind je van het antwoord dat Greg geeft? Ben je het ermee eens?
● Welke Bijbelgedeelten onderstrepen dit verhaal en zijn er ook Bijbelgedeelten die hier niet bij passen.
● Heb je zelf weleens een teken aan God gevraagd om meer duidelijkheid over je geloof te krijgen? Jezus geeft in de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus aan dat een teken niet nodig is omdat we ‘Mozes en de profeten’ hebben. Wat vind je daarvan?
● Heeft dit antwoord je geholpen?

Waarom maakt God het zo moeilijk om in Hem te geloven?

21 augustus1990

Beste Greg,

Door de recente gebeurtenissen komt het oude probleem weer boven dat ik heb met de manier waarop God zijn zaakjes bestuurt. Neem nu die gek van een Saddam Hoessein die zomaar over het volk van Koeweit heen walst, waarbij hun vrouwen verkracht en hun kinderen gedood worden en intussen voert God niets uit. Ik weet dat je deze tegenwerpingen zult beantwoorden met je theologie van vrijheid en geestelijke oorlogsvoering. Maar ik durf te wedden dat als je een opiniepeiling hield onder alle wereldbewoners, inclusief het grootste deel van het Iraakse volk, dat dan 99% er voor zou zijn om tijdelijk alle regels voor vrijheid die God gesteld heeft, links te laten liggen om die schoft 6 voet onder de groene zoden te krijgen! Dat offer (inleveren van vrijheid, God die mensen dan verandert in personen/robots die alleen het goede kunnen doen) zou een stuk kleiner zijn, dan wanneer God dat niet gaat doen. Waarom zien wij, kleine mensen, wat God niet ziet? Waarom doet God de dingen niet een beetje democratischer?

Maar goed, dat is niet het probleem voor vandaag, want hierover hebben we het al uitgebreid gehad. Je antwoorden in voorgaande brieven hebben me in de positie gebracht dat ik je argumenten niet kan weerleggen. Maar toch is er iets waardoor ik het niet kan geloven. Waarom brengt God ons in een positie waar wij moeten proberen in Hem te geloven? Waarom speelt Hij met de mensheid, plaagt Hij ons met bewijs dat goed genoeg is om ons verlegen te maken, terwijl Hij nooit eens naar voren stapt en duidelijk maakt wie Hij is? Wat is er zo mooi aan ‘geloof’ dat Hij dat liever heeft dan een glasheldere openbaring van zichzelf? En áls Hij zich dan openbaart – naar verondersteld wordt in de Bijbel- dan doet Hij zulke verdraaid bizarre dingen, dat je van iemand die er niet bij was niet mag verwachten dat hij het gelooft. En toch hangt ‘verlossing’ naar het schijnt hiervan af. Waarom moeten mensen om gered te worden dingen geloven en verhalen aannemen die ze onder gewone omstandigheden nooit zouden accepteren? Dat is niet echt redelijk.
Dus als ik niet in de hel wil komen, word ik geacht te geloven dat een slang met Eva heeft gepraat, dat een maagd zwanger is geworden van God, dat een walvis een profeet heeft opgeslokt, dat de Rode Zee uiteen week en meer van die gekke dingen. Nou, Greg, als God me dan zo graag wil redden, waarom maakt Hij het dan zo verrekte onmogelijk om in Hem te geloven? Hij geeft een bewijsje hier, een bewijsje daar – genoeg om ons nieuwsgierig te maken – maar dan gooit Hij al die andere bizarre dingen ertegenaan, waarvan je onmogelijk kan verwachten dat wij ze serieus nemen! Als er nu alleen maar bewijs was, of alleen maar van die gekke verhalen, dan zou ik er geen probleem mee hebben. Maar die combinatie is ontzettend irritant!
Het lijkt me dat een Almachtige God de mensen stukken beter van Zijn bestaan kan overtuigen dan welke evangelist ook, en zelfs stukken beter dan al jouw argumenten. Verdorie, laat Hij met mooie en grote letters in de lucht schrijven: “Hier is je bewijs, Ed. Geloof in Mij of loop naar de hel! Hoogachtend, de Almachtige.” Je zou geen middag meer nodig hebben om mij met geschiedenis te overtuigen. Ik zou meteen op m’n knieën gaan! Het zou wel beter zijn, maar hoe overtuigder jij klinkt, hoe meer me dat lijkt te irriteren. Ik kom erachter dat ik veel te veel over dit alles loop na te denken, wat er op neer komt, dat ik hier erg gefrustreerd rondloop. Ik heb geen idee wat jij daar aan zou kunnen doen. Misschien moet je tegen je ‘Geest’, die volgens jou in mijn hart zit te klussen, zeggen dat hij maar eens te voorschijn moet komen en zijn boodschap in de wolken moet schrijven! En anders denk ik dat ik voorbestemd ben om een geïntrigeerde maar gefrustreerde scepticus te blijven en is je optimisme over mij gedoemd om op een teleurstelling uit te lopen.

Mijn hartelijke groeten,

Pa
————-
6 september 1990

Lieve vader,

Ik denk dat ik je antipathie tegen Saddam Hoessein wel deel, maar je theologische conclusies over hem niet. Word gerust kwaad op Hoessein, geef hem de schuld, en geef de macht van het kwaad achter hem de schuld. Maar laat God erbuiten – behalve om Hem te hulp te roepen. Hij is veel kwader en bedroefder over de situatie dan een mens ooit kan zijn. Ons gevoel van morele verontwaardiging komt tenslotte bij Hem als Schepper vandaan. Goed, om het nu maar eens te gaan hebben over de kern van je brief, ik wil je allereerst danken voor je eerlijkheid. En ook bedankt dat je mijn argumenten zo serieus neemt. Ik waardeer je respect heel erg. Ik ervaar dat in al je brieven. Ik heb nooit het idee gehad dat je wat ik te zeggen had bij voorbaat aan de kant schoof. Het spijt me dat jij je over dit alles zo gefrustreerd voelt. Dat zo iets fundamenteels jouw wereldbeeld aan het veranderen is, is natuurlijk nooit gemakkelijk – zeker niet als je dat zo lang gekoesterd hebt. Je verstand en zelfs je hart worden opeens in twee verschillende richtingen tegelijk getrokken. Als het om zaken van groot gewicht gaat, is dat absoluut pijnlijk. Dat is een schrale troost, maar ik denk wel dat ik een beetje weet hoe je je voelt. Je zit klem tussen twee wereldbeschouwingen. Om heel eerlijk tegenover je te zijn: ik ervaar dat eigenlijk nog steeds, iedere keer als ik lees over gruwelijke dingen die kinderen overkomen. Als kinderen moeten lijden vind ik dat gewoon hartverscheurend! Laat je dus maar niet voor de gek houden door mijn ogenschijnlijke zekerheid in ons gesprek. Ik ben wel degelijk een overtuigd christen: in het licht van het bewijs en onder de invloed van het werk dat de Geest in mijn hart doet, kan ik niet anders. Maar geloven is even goed nooit gemakkelijk geweest voor mij. Ik zag en hoorde mezelf praten op elke bladzijde van je vorige brief. Het christelijk geloof is geen gigantische antwoordmachine. Leven is: leven te midden van vragen en tegenstrijdige conclusies.

Pa, denk je eens in wat er zou gebeuren als God deed wat je van Hem vroeg in je laatste brief. Stel dat God een bericht in de wolken schreef aan iedereen persoonlijk die hier op aarde leeft. Wat zou er gebeuren als Hij schreef: “Jezus is mijn Zoon. Geloof Hem of sterf”? Zouden alle mensen nu opeens wel hun liefde en vertrouwen aan Jezus schenken? Ik denk het niet. Toen Jezus hier op aarde was en al zijn wonderen deed, bleven zij die Hem niet wilden volgen, twijfelen. Toen de Vader vanuit de hemel sprak: “Dit is mijn geliefde Zoon”, zeiden de mensen die niet wilden geloven: “Het onweert”. En zelfs toen Jezus opstond uit de dood was er een aantal Romeinse bewakers dat daar getuige van was. En toch deden ze mee met de samenzwering van de religieuze leiders om dat feit te verdoezelen!

In het oude testament was het van hetzelfde laken een pak. Daar probeerde God het met de ‘directe benadering’, maar ook die schoot hopeloos te kort. God zond plagen over Egypte om de Israëlieten te bevrijden, maar al heel gauw twijfelden ze weer aan Hem. Hij stuurde hun regelrecht uit de hemel voedsel, maar toch bleven er nog velen opstandig. Hij gaf hun persoonlijk – heel gedetailleerd – alle voorschriften die ze nodig hadden om in een relatie met Hem te leven (de wet van het oude testament – er zijn er ruim 600 van) maar ze braken ze allemaal. En zelfs als ze zich aan al die ‘regels’ hielden, was de wet van het oude testament niet in staat te bereiken wat God wilde met de Israëlieten: een liefdevolle relatie van vertrouwen. Daar zijn een heleboel redenen voor, denk ik, maar er zijn er vier die bij mij onmiddellijk naar boven komen. In de eerste plaats hebben verbazingwekkende gebeurtenissen zelden een blijvende indruk op ons. De indruk vervaagt in de loop van de tijd. Ik heb zelf gezien hoe God met mensen ongelofelijke dingen doet, maar in de weken, maanden en jaren na zo’n gebeurtenis verbleekt de kracht van de oorspronkelijke indruk. Juist omdat hij buitengewoon is, lijkt ons verstand zich die gebeurtenis meer als een droom te herinneren dan als een waar gebeurd feit. Het heeft geen blijvende invloed op ons leven als iemand zijn geloof zou baseren op wonderen, dan had hij een constant dieet nodig. Maar dan houdt het wonder op wonderlijk te zijn. Dus zelfs als God zich tot iedereen zou richten met een boodschap in de wolken, dan zouden velen zich op dat moment misschien bekeren, maar het uiteindelijke resultaat zou vermoedelijk nul komma nul zijn. In de tweede plaats kan alles op meerdere manieren ‘verklaard’ worden. De wolk die zegt: “Geloof in mijn Zoon”, zou een merkwaardige wolkenformatie kunnen zijn, een vervalsing, een demon, een hallucinatie. De stem die het zegt, zou de donder kunnen zijn. De wonderen van Jezus zouden trucs kunnen zijn, een samenloop van omstandigheden. Of, zoals de religieuze leiders in die tijd wel dachten, demonische activiteit. Alles kan altijd weg verklaard worden. Hoe is de aarde ontstaan? Misschien door een big bang! Hoe komt het dat mensen zich van zichzelf bewust zijn, in staat tot vrijheid, tot liefde, enz.? Gewoon complexe chemische stoffen in beweging! Zulke verklaringen hoeven niet juist te zijn, maar alleen mogelijk…en soms zelfs dat niet eens! Hoe kwamen de discipelen tot het geloof dat Jezus Gods Zoon is? Voor sommigen is elk antwoord voldoende.

In de derde plaats zijn goddelijke dingen niet zo duidelijk in deze wereld als ze hadden kunnen zijn, omdat onze wereld gevangen zit in het kruisvuur van een kosmische geestelijke oorlog zoals ik eerder al schreef. Er is een vijand die het gemunt heeft op menselijke zielen. Hij gebruikt zijn verwoestende kracht om de ogen en oren van mensen ‘met blindheid te slaan’ (2 Kor. 4:4). Er is dus bewijs van het bestaan van het goede, maar ook van het bestaan van het kwade. En dat vertroebelt alles. En soms als de dingen niet duidelijk zijn voor mensen, dan komt dat niet doordat de kwestie zelf onduidelijk is, maar doordat hun verstand vertroebeld is, bedrogen door demonische machten of door hun eigen vrije wil. God kan schreeuwen zo hard als Hij wil, maar de mensen sluiten hun oren toe en roepen uit: ‘Waarom zegt God niets?’

Tenslotte: zelfs als Gods ‘directe benadering’ lijkt te werken, is dat toch niet zo. Want God verlangt een liefhebbende relatie van vertrouwen met ons. Met dat doel zijn we geschapen. Maar krijg je die door de Rode zee te splijten? Wordt die door stand gebracht door vanuit de wolken te spreken? Helpt het om de aarde te openen en de goddelozen te verzwelgen? God heeft dat allemaal geprobeerd, maar het werkte niet. Gehoorzaamheid kan erdoor afgedwongen worden. Gedrag kan tijdelijk worden veranderd – tot en met de van angst vervulde woorden: ‘Ik houd van U’. Maar die manier brengt geen liefde teweeg! Als God al onze gebeden overduidelijk verhoorde, als Hij een geest in een fles was die al onze wensen vervulde, dan zou dat alleen maar betekenen dat we Hem gebruikten, niet dat we Hem liefhadden. Dan zou Hij alleen maar een soort automaat zijn. En Hij zou een wereld vol verwende, liefdeloze kinderen aan zijn machine hebben hangen.
Voor liefde moet je kiezen. Het moet een vrije keus zijn en het moet uit je hart komen, zonder dwang van buitenaf. Daarom besluit God tot de gulden middenweg. Dat wil zeggen: Hij is aanwezig genoeg voor degenen die Hem willen ervaren om Hem ook te kunnen ervaren. Maar ook is Hij afwezig genoeg voor degenen die Hem niet willen ervaren om daar niet toe gedwongen te worden. En in zekere zin hebben ze werkelijk gelijk met hun klacht over Gods afwezigheid! God openbaart zich duidelijk genoeg, zodat degenen die Hem willen zien, Hem kunnen zien. Maar Hij is ook verborgen genoeg zodat degenen die Hem niet zien, Hem kunnen ontlopen – en zo in zekere zin gelijk hebben met hun klacht over zijn afwezigheid. Of je het nu uit de lengte of uit de breedte neemt, pa, het geloof is meer historische hypothese (vooronderstelling). Het is ook een beslissing, een morele beslissing. De vraag is niet alleen: ‘Begrijp je wat je moet geloven?’, maar ook: ‘Wil je geloven?’ Er is genoeg bewijs voor ieder die wil geloven, maar je moet wel voldoende geloof hebben om het een morele keus te laten zijn en geen gedwongen beslissing. God verlangt geloof, omdat Hij de liefde zoekt van mensen en geen afgedwongen gedrag van robots.

Ik heb nu niet precies antwoord gegeven op uw vraag over al die bizarre verhalen in de Bijbel, maar ik geloof dat ik dat nu liever even laat rusten. Hoe belangrijk die kwesties ook mogen zijn, onze verlossing heeft niet te maken met geloven in een sprekende slang die een vrouw bedriegt, of een reusachtige vis die een man verzwelgt, of in een zee die doormidden splijt. Het gaat erom dat je de noodzaak van de Verlosser, de Here Jezus Christus, erkent. Veel van het Bijbelse materiaal begint pas betekenis te krijgen nadat je hart door de Here is aangeraakt. Als je het kunt opbrengen, ‘parkeer’ dan je oordeel over deze dingen nog een poosje en overweeg de heerschappij van Christus, zijn godheid, zijn leven en zijn opstanding. Het bewijs is onweerlegbaar – maar het dwingt je niet. Er moet nog een besluit genomen worden. Ik bid dat je dat doet.

Veel liefs,

Greg


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.